Veiligheidsinformatieblad en de regels voor inhoud en levering
Een veiligheidsinformatieblad beschrijft gevaren en veilig gebruik. Lees wanneer een VIB verplicht is, wat erin staat en wie het moet verstrekken.
Een veiligheidsinformatieblad (VIB) beschrijft de gevaren van een chemische stof of mengsel en geeft informatie over veilig gebruik. In het Engels heet dat document een safety data sheet, afgekort SDS. REACH schrijft zestien rubrieken voor en verplicht de leverancier in aangewezen gevallen het blad kosteloos uiterlijk bij de eerste levering te verstrekken. Die regels staan in artikel 31 van REACH en bijlage II.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) gebruikt VIB en SDS voor hetzelfde document. Het blad helpt professionele gebruikers om met stoffen en mengsels te werken. Het bevat bijvoorbeeld informatie over opslag, persoonlijke bescherming en maatregelen bij een ongeval.
Wanneer is een veiligheidsinformatieblad verplicht?
De verplichting hangt af van de stof of het mengsel. Een gevarenpictogram is niet de enige aanwijzing. Volgens artikel 31, lid 1 moet de leverancier een VIB verstrekken wanneer:
- de stof of het mengsel voldoet aan de criteria voor indeling als gevaarlijk volgens CLP;
- de stof persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT) of zeer persistent en zeer bioaccumulerend (zPzB) is volgens REACH-bijlage XIII;
- de stof om andere redenen dan deze twee gronden op de kandidaatslijst volgens artikel 59, lid 1, staat.
Controleer eerst of de levering binnen de reikwijdte van REACH valt. De vermelding van een stof op de kandidaatslijst betekent niet dat ieder mengsel met die stof automatisch een VIB moet krijgen. Voor niet als gevaarlijk ingedeelde mengsels bevat artikel 31 afzonderlijke regels.
Niet-gevaarlijke mengsels kunnen een VIB op verzoek vereisen
Ook voor een mengsel zonder gevaarlijke indeling kan de afnemer recht hebben op een VIB. Artikel 31, lid 3 noemt daarvoor drie gronden. Alle drie gelden op verzoek van de afnemer. Het blad gaat dan niet automatisch mee met elke levering.
Een grond is een afzonderlijke stof die gevaar oplevert voor de gezondheid of het milieu. De drempel ligt vanaf 1 gewichtsprocent bij niet-gasvormige mengsels. Voor gasvormige mengsels is dat vanaf 0,2 volumeprocent.
Bij niet-gasvormige mengsels geldt vanaf 0,1 gewichtsprocent een lagere drempel voor een afzonderlijke stof uit artikel 31, lid 3, onder b. Dat zijn stoffen die kankerverwekkend categorie 2 zijn, voortplantingstoxisch categorie 1A, 1B of 2, huidsensibiliserend categorie 1 of luchtwegsensibiliserend categorie 1. Ook stoffen met effecten op of via lactatie, PBT- en zPzB-stoffen en de daar bedoelde kandidaatslijststoffen horen bij die grond.
Een derde grond is een stof waarvoor een communautaire grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling geldt. Dat onderdeel noemt zelf geen concentratiedrempel. Beoordeel de concentratie van iedere afzonderlijke stof; tel de concentraties van verschillende gevaarlijke bestanddelen niet bij elkaar op. Deze drie gronden zijn de gevallen van artikel 31, lid 3. Zij zijn geen volledige toets van bijzondere CLP-regels voor het mengsel.
Verkoop aan het publiek is geen algemene vrijstelling
Voor gevaarlijke stoffen en mengsels die aan het grote publiek worden aangeboden of verkocht, bevat artikel 31, lid 4 een uitzondering. Er moet voldoende informatie beschikbaar zijn om de benodigde beschermingsmaatregelen te nemen. Een downstreamgebruiker of distributeur kan dan nog steeds om een VIB vragen. Behandel verkoop aan het publiek dus niet als een algemene vrijstelling voor professionele leveringen.
Wat staat in de 16 rubrieken?
De indeling ligt vast in bijlage II, deel B. Hieronder staan de onderwerpen in beschrijvende vorm. De tabel is een leeswijzer, geen letterlijk wettelijk invulsjabloon.
| Nr. | Onderwerp van de rubriek |
|---|---|
| 1 | Identificatie van de stof of het mengsel en van de leverancier |
| 2 | Identificatie van de gevaren |
| 3 | Samenstelling en informatie over de bestanddelen |
| 4 | Eerstehulpmaatregelen |
| 5 | Brandbestrijdingsmaatregelen |
| 6 | Maatregelen bij accidenteel vrijkomen |
| 7 | Hantering en opslag |
| 8 | Beheersing van blootstelling en persoonlijke bescherming |
| 9 | Fysische en chemische eigenschappen |
| 10 | Stabiliteit en reactiviteit |
| 11 | Toxicologische informatie |
| 12 | Ecologische informatie |
| 13 | Instructies voor verwijdering |
| 14 | Informatie over het vervoer |
| 15 | Regelgeving |
| 16 | Overige informatie |
Voor opslag lees je rubriek 7, voor blootstellingsbeheersing en persoonlijke bescherming rubriek 8. Eerste hulp staat in rubriek 4. Vervoersinformatie staat in rubriek 14.
De voorgeschreven subrubrieken horen bij het document en mogen niet leeg blijven. Dat betekent niet dat voor elk gegeven een meetwaarde beschikbaar moet zijn. Bij rubriek 3 wordt naar gelang het geval onderdeel 3.1 voor stoffen of 3.2 voor mengsels ingevuld. Bijlage II verlangt verder dat een deskundige het VIB opstelt. De leverancier moet zorgen voor passende opleiding en bijscholing.
Wie levert het VIB en waar vraag je het op?
Vraag het actuele veiligheidsinformatieblad op bij de leverancier van het daadwerkelijk geleverde product. De leveranciersplicht volgt uit artikel 31. De ILT wijst leveranciers er ook op dat zij een actueel en compleet VIB moeten geven wanneer de verplichting van toepassing is.
Controleer eerst de productidentificatie in rubriek 1.1. Die moet volgens bijlage II overeenkomen met het etiket. Bekijk daarna de opstellingsdatum en eventuele herzieningsgegevens op de eerste pagina. Een gevonden bestand voor dezelfde grondstof is daarmee nog niet het juiste blad voor jouw levering (hoe compleet de pdf er ook uitziet). Veiligheidsinformatiebladen van een andere leverancier of een ander product horen niet automatisch bij die levering. Gebruik een willekeurige databasekopie of een algemeen zoekresultaat op CAS-nummer daarom niet als bevestiging dat je het passende leveranciersblad hebt.
Verstrekking is kosteloos en mag op papier of elektronisch. Het blad moet uiterlijk op de datum van de eerste levering worden verstrekt. Dat staat in artikel 31, lid 8. Maak bij een ontbrekend document dus duidelijk om welk geleverd product het gaat en vraag de leverancier naar de actuele versie.
Welke taal gebruik je in Nederland?
De EU-hoofdregel is een officiële taal van de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht. De lidstaat kan anders bepalen. Dit volgt uit artikel 31, lid 5.
Voor levering in Nederland is een Nederlandstalig VIB het praktische uitgangspunt. ILT instrueert leveranciers het blad op te stellen in de taal van het land waar zij leveren. Ga er dus niet van uit dat een Engelstalig SDS altijd voldoende is.
Hoelang is een veiligheidsinformatieblad geldig?
REACH koppelt actualisering aan veranderingen, niet aan een algemene jaarlijkse vervaldatum. Volgens artikel 31, lid 9 moet de leverancier het VIB onverwijld bijwerken bij:
- nieuwe informatie over gevaren of informatie die invloed kan hebben op risicobeheersmaatregelen;
- verlening of weigering van een autorisatie;
- oplegging van een restrictie.
De gedateerde herziening gaat kosteloos naar eerdere afnemers aan wie in de voorafgaande twaalf maanden is geleverd. Die twaalf maanden bepalen welke eerdere afnemers de herziening krijgen. Maar ze zijn geen houdbaarheidstermijn voor het blad.
Bijlage II, punt 0.2.5 verlangt de opstellingsdatum op de eerste pagina. Bij een herziening komen daar de herzieningsdatum en een aanduiding van de vervangen versie bij. Wijzigingen worden in rubriek 16 onder de aandacht gebracht, tenzij ze elders zijn aangegeven. Lees ook de omschrijving van de wijzigingen in het blad. Vraag bij twijfel de leverancier welke versie actueel is.
De inhoudseisen van Verordening 2020/878 gelden sinds 1 januari 2021. De overgang voor nog niet aangepaste bladen liep tot en met 31 december 2022. Dat zijn dus geen nieuwe deadlines voor 2026. De data staan in artikelen 2 en 3 van de verordening.
Bekijk ook het antwoord van RegAffairs AI over het veiligheidsinformatieblad. Voor het geleverde product blijft de leverancier het aanspreekpunt voor het juiste, actuele VIB.