Q.01

Wat betekenen de gevaarsymbolen op een etiket?

Op een etiket in de EU staan negen gevarenpictogrammen (GHS01 t/m GHS09). Ze zijn vastgelegd in Bijlage V van de CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008, en elk pictogram hoort bij bepaalde gevarenklassen en -categorieën [1]. Op het etiket moeten de pictogrammen staan die bij de indeling van de stof of het mengsel horen [2].

Approach: Ik heb de geconsolideerde tekst van de EU CLP-verordening gelezen (versie van 1 juli 2026): artikel 19, artikel 26, Bijlage I punt 1.2.1 en Bijlage V. De Nederlandse namen hieronder zijn mijn vertaling van de Engelse benamingen in de verordening.

De negen pictogrammen en wat ze betekenen

CodeSymboolBetekenis volgens Bijlage V
GHS01Ontploffende bomInstabiele ontplofbare stoffen; ontplofbare stoffen van subklasse 1.1 tot 1.4; zelfontledende stoffen en organische peroxiden van type A en B
GHS02VlamOntvlambare gassen (cat. 1A, 1B), aerosolen (cat. 1, 2), ontvlambare vloeistoffen (cat. 1-3) en vaste stoffen (cat. 1, 2); pyrofore en zelfverhittende stoffen; stoffen die in contact met water ontvlambare gassen afgeven; zelfontledende stoffen en organische peroxiden van type B-F; ontplofbare stoffen in niet-ontplofbare toestand
GHS03Vlam boven een cirkelOxiderende gassen, vloeistoffen en vaste stoffen
GHS04GasflesGassen onder druk: samengeperst, vloeibaar gemaakt, sterk gekoeld vloeibaar gemaakt of opgelost
GHS05CorrosieBijtend voor metalen (cat. 1); huidcorrosie (cat. 1, 1A, 1B, 1C); ernstig oogletsel (cat. 1)
GHS06Doodshoofd met gekruiste beenderenAcute toxiciteit (oraal, via de huid of bij inademing), cat. 1-3
GHS07UitroeptekenAcute toxiciteit cat. 4; huidirritatie en oogirritatie (cat. 2); sensibilisatie van de huid; STOT bij eenmalige blootstelling cat. 3 (irritatie van de luchtwegen, narcotische effecten); gevaarlijk voor de ozonlaag
GHS08GezondheidsgevaarSensibilisatie van de luchtwegen; mutageniteit in geslachtscellen, kankerverwekkendheid en giftigheid voor de voortplanting (cat. 1A, 1B, 2); STOT bij eenmalige blootstelling (cat. 1, 2) en bij herhaalde blootstelling (cat. 1, 2); gevaar bij inademing (aspiratie), cat. 1
GHS09MilieuGevaarlijk voor het aquatisch milieu: acuut cat. 1, chronisch cat. 1 en 2

Bronnen voor de tabel: [1][3]

Wanneer staat er geen pictogram op het etiket?

Een aantal lichtere categorieën krijgt geen pictogram [1][3]:

  • ontplofbare stoffen van subklasse 1.5 en 1.6
  • ontvlambare gassen cat. 2
  • aerosolen cat. 3
  • zelfontledende stoffen en organische peroxiden van type G
  • het gevaar voor zuigelingen via borstvoeding (effecten op of via lactatie)
  • chronisch aquatisch gevaar cat. 3 en 4

Hoe ziet een pictogram eruit?

Het is een vierkant dat op een punt staat (ruitvorm), met een zwart symbool op een witte achtergrond en een duidelijk zichtbare rode rand. Elk pictogram is minstens 1 cm² groot. Op een verpakking van maximaal 3 liter is het niet kleiner dan 10 × 10 mm (waar mogelijk 16 × 16 mm). Bij 3 tot 50 liter is het minstens 23 × 23 mm [4].

Waarom ontbreekt soms een pictogram dat je zou verwachten?

Artikel 26 bepaalt welk pictogram voorgaat, zodat er niet onnodig veel op het etiket staan [5]:

  • Staat GHS06 (doodshoofd) erop, dan vervalt GHS07 (uitroepteken).
  • Staat GHS05 (corrosie) erop, dan komt er geen GHS07 voor huid- of oogirritatie.
  • Staat GHS08 erop voor sensibilisatie van de luchtwegen, dan komt er geen GHS07 voor huidsensibilisatie of irritatie.
  • Staat GHS01 (bom) erop, dan zijn GHS02 en GHS03 optioneel.
  • Staat GHS02 of GHS06 erop, dan is GHS04 (gasfles) optioneel.
  • Valt een product binnen één gevarenklasse onder meerdere categorieën, dan komt alleen het pictogram van de zwaarste categorie op het etiket.

Ik kan desgewenst ook de bijbehorende signaalwoorden ("Gevaar" en "Waarschuwing") en de H-zinnen per pictogram uitzoeken, of de pictogrammen opzoeken voor een specifieke stof.

Q.02

Welk symbool zie je op schoonmaakmiddelen?

Er is geen vast symbool voor schoonmaakmiddelen. Een pictogram staat alleen op het etiket als het product volgens de CLP-verordening als gevaarlijk is ingedeeld, en welk pictogram dat is hangt af van die indeling. De detergentiaverordening zelf schrijft geen gevarenpictogram voor. Ze verwijst voor de gevarenetikettering naar de CLP-regels [6]. Het Ierse HSA wijst er ook op dat veel huishoudproducten niet gevaarlijk zijn. Producten met gevaarlijke chemicaliën moeten wel pictogrammen, een signaalwoord en gevarenzinnen op het etiket hebben [7].

Approach: Ik heb de EU-detergentiaverordening (EG) nr. 648/2004 en de herziening (EU) 2026/405 gelezen, plus de geconsolideerde CLP-verordening (versie 1 juli 2026) en de consumentenuitleg van het Ierse HSA als nationale CLP-autoriteit. De datasets geven niet aan hoe vaak elk pictogram op schoonmaakmiddelen voorkomt. Hieronder staat daarom welk pictogram bij welk soort gevaar hoort, niet welk pictogram het meest voorkomt.

Welk pictogram bij welk gevaar

Volgens Bijlage V van CLP [1][3]:

Als het product…Pictogram
bijtend is voor de huid of ernstig oogletsel geeftGHS05 (corrosie)
huid of ogen irriteert, of de huid sensibiliseertGHS07 (uitroepteken)
giftig is voor waterorganismen (acuut cat. 1, chronisch cat. 1 of 2)GHS09 (milieu)
een ontvlambare vloeistof of aerosol isGHS02 (vlam)
oxiderend isGHS03 (vlam boven cirkel)
acuut giftig is (cat. 1-3)GHS06 (doodshoofd)

Staat GHS05 op het etiket, dan komt er geen GHS07 bij voor huid- of oogirritatie [5].

Andere herkenbare kenmerken op de verpakking

Bij gevaarlijke schoonmaakmiddelen voor consumenten zie je soms meer dan een pictogram:

  • Kinderveilige sluiting: verplicht bij producten die zijn ingedeeld als acuut toxisch (cat. 1-3), STOT cat. 1 of huidcorrosie cat. 1 [8].
  • Voelbare gevarenwaarschuwing: verplicht onder meer bij huidcorrosie, acute toxiciteit, gevaar bij inademing en ontvlambare vloeistoffen cat. 1 of 2. De uitvoering volgt EN ISO 11683 [9].
  • Vloeibare wascapsules: de buitenverpakking moet ondoorzichtig zijn, een kindvergrendeling hebben en de zin P102 "Buiten bereik van kinderen houden" opvallend vermelden. Het oplosbare folie moet een afschrikwekkende smaakstof bevatten [9][10].

Wat staat er altijd op het etiket?

Ook zonder gevarenpictogram moet het etiket onder de detergentiaregels een aantal gegevens tonen. Onder de nieuwe verordening (EU) 2026/405 zijn dat onder meer de UFI-code, de fabrikant met een adres in de EU, gebruiksaanwijzing en voorzorgen, en de inhoudsstoffen in gewichtsklassen. Voorbeelden van die stoffen zijn anionische tensiden, bleekmiddelen op chloor- of zuurstofbasis, fosfaten, enzymen en parfums. Ook de allergene geurstoffen boven 0,01 % moeten erop [11][12].

Het HSA waarschuwt daarnaast dat je chloorbleekmiddel en ammoniak nooit mag mengen, omdat daarbij een zeer giftig gas ontstaat [7].

Als je wilt, kan ik de geharmoniseerde CLP-indeling opzoeken van een bepaald ingrediënt of product, bijvoorbeeld een chloorbleekmiddel.

Q.03

Wat betekent oxiderend?

Oxiderend betekent dat een stof zelf niet hoeft te branden, maar wel een brand kan veroorzaken of feller kan laten branden, meestal doordat ze zuurstof afgeeft aan ander materiaal. Zo staat het in de definities van Bijlage I van de CLP-verordening. Een oxiderend product is dus een soort "brandversneller": samen met brandbaar materiaal, zoals papier, hout, textiel of olie, wordt een brand heviger of kan er spontaan een ontstaan.

Approach: Ik heb de definities en indelingscriteria gelezen in Bijlage I van de geconsolideerde EU CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008, versie van 1 juli 2026. De Nederlandse formuleringen zijn mijn vertaling van de Engelse tekst.

De drie oxiderende gevarenklassen in CLP

KlasseDefinitie (vertaald)Indeling
Oxiderende gassen (punt 2.4)Een gas of gasmengsel dat, meestal door zuurstof te leveren, de verbranding van ander materiaal sterker kan veroorzaken of bevorderen dan lucht dat doet [13]Eén categorie. De beoordeling volgt de test- of rekenmethoden van ISO 10156 [13]
Oxiderende vloeistoffen (punt 2.13)Een vloeibare stof of vloeibaar mengsel dat zelf niet per se brandbaar is, maar meestal door zuurstof af te geven de verbranding van ander materiaal kan veroorzaken of bevorderen [14]Drie categorieën, vastgesteld met test O.2 [14]
Oxiderende vaste stoffen (punt 2.14)Dezelfde omschrijving, maar dan voor een vaste stof of vast mengsel [15]Drie categorieën, vastgesteld met test O.1 [15]

Hoe wordt dat getest?

Bij vloeistoffen wordt de stof in een verhouding van 1:1 (op massa) met cellulose gemengd. Daarna wordt gemeten hoe snel de druk stijgt, en dat wordt vergeleken met referentiemengsels [14]:

  • Categorie 1: het mengsel ontbrandt vanzelf, of de druk stijgt sneller dan bij 50 % perchloorzuur met cellulose.
  • Categorie 2: de druk stijgt minstens zo snel als bij een 40 % natriumchloraatoplossing met cellulose.

Wat zie je op het etiket?

Het bijbehorende pictogram is GHS03, een vlam boven een cirkel. De gevarenzinnen zijn:

  • Oxiderend gas: signaalwoord "Gevaar" en H270 "Kan brand veroorzaken of bevorderen; oxiderend" [13].
  • Oxiderende vloeistof, categorie 1: "Gevaar" en H271 "Kan brand of ontploffing veroorzaken; sterk oxiderend".
  • Categorie 2: "Gevaar" en H272 "Kan brand bevorderen; oxiderend".
  • Categorie 3: "Waarschuwing" en H272 [14].

Bij oxiderende vloeistoffen zijn de standaard voorzorgsmaatregelen onder meer P210 (uit de buurt houden van warmte en ontstekingsbronnen) en P220 (uit de buurt houden van brandbare materialen) [14].

Ik kan ook de geharmoniseerde CLP-indeling opzoeken van een bepaalde stof uit een schoonmaakmiddel, bijvoorbeeld natriumhypochloriet of waterstofperoxide, om te zien of die als oxiderend is ingedeeld.

Q.04